Een verkenning van de spirituele en symbolische rol, en zeker ook de wetenschappelijke betekenis van de placenta.
In vele culturen wordt de placenta gezien als een heilig, levend fenomeen.
De bloedvaten over de placenta vertakken zich soms als de takken van een levensboom.
We weten in onze huidige tijd natuurlijk dat de placenta het eerste orgaan is van het kind, volledig gevormd door de conceptus.
De placenta is de plek waar het eerste voedingsmoment met moeder ontstaat.
Het is de eerste plek van fysieke uitwisseling van voedingstoffen en hormonen, en vanaf de achtste week ook de fysieke actieve doorvoer van zuurstof aan het embryo dat vanaf dat moment foetus genoemd zal worden.
Tijdens zijn groei zal het embryo/foetus steeds meer taken incarneren en dus overnemen van de placenta.
Na 9 maanden heeft de placenta haar werk gedaan en is het tijd om afscheid te nemen van de eerste wortels waarmee de conceptus zijn leven installeerde.
Het is het eerste afscheid dat het kind gaat nemen van een deel van zichzelf om verder in de wereld buiten de baarmoeder nieuwe ‘wortels’ te gaan vormen om te groeien.
De voeding zal dan via de uitgerijpte en voorgeoefende kanalen verwerkt worden in de buitenwereld.
De zintuigen zullen nog verder geoefend worden om alle indrukken te verwerken en te verteren tot begrijpbare informatie.
Het spijsvertering kanaal gaat zich opmaken voor de voeding van moeder aarde, eerst nog via moeder en langzaam aan via vaste bestanddelen die de aarde ons bied om te kunnen groeien.
In oude beschavingen leefde de opvatting dat de placenta een stukje van de ziel huist: de Egyptenaren geloofden dat het de ziel van het kind deels herbergde.
In inheemse tradities zoals bij de Australisch Aboriginals is de placenta nauw verbonden met de geest en blijft een deel van de ziel (cho-i) bij de placenta achter.
Bij de Aranda-stam wordt de placenta gezien als het spirituele dubbel van het kind.
In culturen als de Hmong in Zuidoost-Azië betekent het woord voor placenta “jas”, het eerste kledingstuk van de baby, en men gelooft dat de ziel na de dood haar ‘jas’ moet terugvinden om verder te kunnen reizen.
In de Noordse mythologie heet de beschermgeest fylgja, hetzelfde woord als placenta; de placenta is aldus verbonden met de ‘guardian spirit’ van het kind.
Overal ter wereld wordt de placenta vaak beschouwd als een zielsdeel of een familielid (moeder, tweeling, beschermer) dat het kind op de wereld helpt.
Zo zien veel inheemse Amerikanen de placenta als de ‘moeder’ van het kind.
Deze diepe eerbied verklaart het gebruik van symbolen als bomen: Over de gehele wereld komt het ritueel begraven van de placenta on der een boom voor.
In Hawaiʻi wordt de placenta bij een boom begraven om een eeuwige band tussen kind, land en voorouders te verbeelden, en in enkele Noord-Europese tradities zoals ook in Nederland tot in de 20ste eeuw duidt men de placenta als boom des levens.
Filosofische opvattingen over placenta, zelf en verbondenheid
De placenta als concept heeft ook filosofische betekenis.
Moderne denkers zien er een metafoor in voor verbondenheid en identiteit.
Filosoof Marjolein Oele stelt bijvoorbeeld dat de placenta geen statische afscheiding of adnex (aanhangsel) is, maar een doorlaatbare grens waarlangs moeder en kind samen ontstaan als verweven wezens.
De placenta functioneert als een gedeelde “woonruimte” die zowel de moeder als de baby beïnvloedt, fysiologisch, immunologisch en zelfs psychologisch.
Deze zienswijze sluit natuurlijk naadloos aan bij de inzichten en belevingen van Embryovisie.
De placenta vormt een ‘tussenruimte’ tussen zelf en ander, verleden en toekomst. Marjolein Oele spreekt zelfs van ‘auto-affectie’ van de moeder door de werking van de placenta.
Zij beschouwt de placenta dan ook als een creatieve plek van gemeenschapsvorming tussen moeder en kind…
Embryovisie voegt daar nog aan toe, … en daarmee via de zwangerschap met de omringende gemeente.
In de oosterse Ayurvedische traditie wordt de placenta als sattvic (zuiver) beschouwd en daarmee gezien als een energiebron die het lichaam na de bevalling ondersteunt.
Volgens westerse tot oosterse blikvelden, fungeert de placenta dus als symbool voor de oorsprong van leven en de hechte band tussen lichaam en ziel, tussen individu en kosmos.
Volkswijsheden, rituelen en gebruiken rondom de placenta
Bij de bevalling wordt dus het ‘volledige kind’ geboren, inclusief placenta. De placenta is zoals hierboven inmiddels duidelijk is geworden een levend deel van het kind. dat zijn taak in dit leven voltooide, dit wordt gevierd met speciale rituelen voor de placenta.
Een van de meest voorkomende gebruiken is het begraven van de placenta, vaak met een boom geplant boven de plaats.
Dit ritueel, van prehistorisch Australië tot hedendaags Europa, symboliseert de terugkeer van het leven gevende orgaan naar de aarde en het voeden van toekomstig leven.
In Nederland klonk dat tot begin 20ste eeuw ook door, zo werd gezegd dat een boom beter groeit doordat de “grond extra vruchtbaar” is door de begraven placenta.
De placenta werd de ‘boom van het leven’ wordt genoemd.

Bij de Māori op Nieuw-Zeeland, daar heet de placenta whenua, wordt de navelstreng met de placenta als geschenk aan Papa Pua-nuku (Moeder Aarde) gegeven, aangezien whenua in de taal zowel land als placenta betekent.
Ook elders is de aarde heilig, in Nigeria en Ghana begroeven de Igbo de placenta als overleden tweeling van het kind, met volwaardige begrafenisriten.
Bij de Igbo in zuidoost Nigeria spreekt men van de placenta als ‘Our Mother’ en gelooft men dat door de begrafenis van de placenta het kind verbonden blijft met de vruchtbare geesten van de grond. In West-Afrika is dus de placenta een gestorven gezinslid.
Naast begraven kent men in sommige volkeren unieke rituelen zoals bij de Balinese ari-ari-ceremonie wanneer de placenta gewassen wordt vervolgens in een kokosnoot verpakt wordt ophangen in een speciale boom.
In Thailand zout men de placenta en begraaft men haar in een pot onder een boom die symbool staat voor het geboortejaar van het kind en in Cambodja laat men de placenta drie dagen bij de baby in een bananenblad verpakt en begraaft men haar daarna.
In China kiezen sommige stelletjes op basis Taoïstische berekeningen de begraafplek, schaduw of zonzijde van een muur, om het gewenste geslacht van het volgende kind te “kiezen”.
In West-Afrika wordt de placenta gezien als een overleden tweelingbroer of -zusje, met een complete begrafenisceremonie.
Medisch-historische ontwikkelingen
In het verloop van de historie veranderde de visie op de placenta van magisch tot wetenschappelijk.
In de animistische opvattingen van primitieve volkeren en oude beschavingen had de placenta een ziel of bewustzijn.
De Griekse Hippocrates (ca. 400 v.Chr.) beschreef het als iets waar de foetus ‘zuigt’, en Aristoteles veronderstelde als eersten dat de navelstreng de voedingsweg was.
Tijdens de Renaissance boeide het interieur van de baarmoeder; anatomisten ontdekten aparte bloedcirculaties in de placenta (Arantius, 16e eeuw) en noemden het ‘bekkenlever’ of ‘baarmoederlong’ (John Mayow, 17e eeuw) om de gasuitwisseling te benadrukken.
In de volksgeneeskunde van Azië en Afrika kent men al millennia gebruik van de placenta als geneeskrachtig middel. In de Chinese Materia Medica beschreef Li Shizhen (1593) al hoe placenta kon worden verwerkt tot medicijnen. Placenta’s van eerstgeborenen zouden het krachtigst zijn, en jongens/meisjes placenta’s werden volgens sekseverschil toegepast bij patiënten.
In de traditionele Chinese geneeskunde (‘Zi He Che’) is gedroogde placenta een krachtig tonicum dat lever, nieren, Qi en bloed versterkt.
In Ayurveda wordt de placenta als sattvic energie beschouwd, zuiver en levensbevorderend, en gebruikt in postpartum-behandelingen om herstel te bevorderen.
Ook in recentere tijden krijgt de placenta aandacht.
In de vroege twintigste eeuw werd zij erkend als hormoonproducerend orgaan met een eigen endocrien stelsel.
De moderne wetenschappelijke lanceerde het Human Placental Project (NIH) om de placenta grondig te bestuderen.
Daarnaast kende de placenta in de westerse geneeskunde een duale rol, enerzijds werd ze beschouwd als medisch afval (brandstof of mest), anderzijds leidde de lucratieve oogst van 360 ton ziekenhuisplacenta per jaar tot cosmetische toepassingen in Frankrijk (anti-rimpelcrèmes met placenta-extract).
Pas in de laatste decennia is er een herwaardering, mede dankzij antropologische bevindingen: wetenschappers ontdekten dat traditionele culturen de placenta met groot respect behandelen en ritueel retourneren aan de aarde.
Tevens is er bij de geboorte veel maar aandacht voor de voedende werking van de placenta naar de Foetus, en daarmee ook de tijd waarin de foetus langzaam los kan komen van de placenta.
De tijd van het onmiddellijke doorknippen van de navelstreng wordt weer heel langzamerhand achter ons gelaten, wat volgens de Embryovisie principes uiteraard een goede ontwikkeling is.
Conclusie
De placenta fungeert wereldwijd als meer dan een tijdelijk orgaan, zij belichaamt in culturen en filosofieën de band tussen leven, lichaam, ziel en natuur.
Rituelen en volkswijsheden, van Nigeria tot Bali, van Nederland tot Nieuw-Zeeland, illustreren haar symbolische rol als beschermer, tweeling, thuis en levensboom.
In een historisch-medisch perspectief zien we hoe de placenta is geëvolueerd van animistisch symbool naar centraal orgaan in de moderne verloskunde.
Wat eeuwenlang vreemd genoeg ‘moederkoek’ of ‘koek’ heette en eigenlijk ‘kindkoek’ was, wordt nu weer meer beschreven als een verbinder van mens en natuur, een bron van informatie en verbondenheid die onze ideeën over identiteit en oorsprong uitdaagt.
Eerherstel voor de historische inzichten en rituelen.

