Het autonome zenuwstelsel toch net een beetje anders dan gedacht

Autonoom zenuwstelsel

Ik schreef een korte review van de laatste ontdekkingen over het autonome zenuwstelsel

Samenvatting

Deze review integreert drie complementaire perspectieven op het autonome zenuwstelsel (AZS):
(1) de polyvagaaltheorie van Stephen W. Porges, die de autonome regulatie van gedrag en emotie beschrijft als een evolutionair-hiërarchisch systeem;
(2) de neuroanatomische herinterpretatie van Thomas J.M. Verlinden, die de klassieke scheiding tussen sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel nuanceert op basis van morfologisch bewijs;
en (3) het recente neurofysiologische onderzoek van Liu et al. (2023, Nature), dat de complexe zenuwinnervatie van de pancreas in kaart bracht en aantoonde hoe perifere zenuwen systemisch metabolisme en homeostase beïnvloeden.

Door deze drie invalshoeken te verbinden ontstaat een geïntegreerd model van autonome regulatie waarin structuur, functie en systeemdynamiek in elkaars verlengde liggen.
Porges’ functionele hiërarchie van toestanden, Verlindens structurele multiplexiteit van zenuwvezels en Liu’s empirische mapping van orgaan-zenuwcommunicatie vormen samen een beeld van het lichaam als communicerend veld:
een verfijnd netwerk waarin veiligheid, energie, metabolisme en emotie continu op elkaar worden afgestemd.


1. Inleiding

Het autonome zenuwstelsel is de stille orkestrator van het leven.
Het reguleert hartslag, ademhaling, spijsvertering en ontstekingsprocessen, en bepaalt daarmee in hoge mate hoe het organisme reageert op interne en externe prikkels.
Traditioneel werd dit systeem voorgesteld als een dualistisch model van twee tegengestelde takken: het sympathische zenuwstelsel (activering) en het parasympathische zenuwstelsel (herstel).

Sinds het einde van de twintigste eeuw is dit beeld sterk geëvolueerd.
Stephen Porges introduceerde de polyvagaaltheorie, die de parasympathische component herstructureert tot twee functionele subsystemen,
de ventrale en dorsale vagale complexen,
en benadrukt dat autonome reacties niet alleen reflexmatig zijn, maar verbonden met neuroceptie: de impliciete detectie van (on)veiligheid.
Thomas Verlinden toonde recent via histochemisch onderzoek aan dat deze tweedeling anatomisch niet strikt bestaat: de meeste perifere zenuwen, inclusief de nervus vagus en de nervus phrenicus, bevatten gemengde populaties van zowel cholinerge (parasympatische) als catecholaminerge (sympathische) vezels.
En het werk van Liu et al. (2023) breidt dit inzicht uit naar de orgaanfysiologie: door de autonome innervatie van de pancreas nauwkeurig te traceren, tonen zij dat perifere zenuwvezels bi directioneel communiceren met hersenstam en hypothalamus, waarbij glucosemetabolisme, ademhaling en hartfunctie tegelijk beïnvloed worden.

Samen leiden deze inzichten tot een herijking van de autonomie zelf: niet als duale sturing, maar als geïntegreerde regulatie van een levend netwerk.


2. Somatische regulatie

Volgens Porges is het lichaam geen passief gevolg van hersenactiviteit, maar een dynamische regulator van ervaring.
De ventrale vagale complex (VVC), afkomstig uit de nucleus ambiguus, ondersteunt sociale betrokkenheid, gelaatsuitdrukking, stemprosodie en cardiorespiratoire coördinatie.
De sympathische tak regelt mobilisatie en energieverbruik, terwijl de dorsale vagale complex (DVC), uit de dorsale motor nucleus (DMNX), verantwoordelijk is voor diepe rust of defensieve immobilisatie.
Deze drie systemen vormen een hiërarchisch geordend continuüm: bij veiligheid is de VVC dominant, bij dreiging het sympathisch systeem, en bij overweldigend gevaar de DVC (bevriezen, flauwvallen of dissociatie).


Wat revolutionair is in deze context…
Verlindens anatomisch onderzoek geeft deze functionele indeling een concreet fundament, maar ook een belangrijke nuance.
Hij ontdekte dat de nervus vagus in de hals catecholaminerge vezels bevat, tot tweemaal zoveel aan de rechterzijde als links.
De nervus phrenicus, lange tijd beschouwd als een zuiver somatische motorische zenuw, blijkt eveneens sympathische neuronen te bevatten.
De ademhaling zelf is dus niet enkel willekeurig of parasympatisch, maar een gecombineerde somato-autonome actie.
Hierdoor krijgt de door Porges beschreven vagale rem (vagal brake) een anatomische dimensie:
rust en activering zijn geen afzonderlijke circuits, maar verweven stromingen binnen één zenuwbundel.


3. Ontwikkelingspsychologische dimensie

De polyvagaaltheorie stelt dat de volgorde waarin het autonome systeem evolutionair is ontstaan, zich herhaalt tijdens de individuele ontwikkeling.
Pasgeborenen reageren eerst met primitieve reflexen van mobilisatie (sympathisch) of collaps (dorsaal-vagaal).
Pas wanneer de ventrale vagale banen volledig myelineren, kunnen coördinatie, oogcontact, sociale glimlach en rust tijdens nabijheid ontstaan.
De ventrale vagus vormt zo de fysiologische basis van veilige hechting en sociaal vertrouwen.

Verlindens bevindingen onderstrepen deze visie door te tonen dat de anatomische integratie van sympathische en parasympathische vezels reeds vroeg in de ontwikkeling ontstaat.
De migratie van cardio-inhibitorische neuronen van de DMNX naar de nucleus ambiguus tijdens de embryogenese schept de structuur waarop de ventrale vagale functies later rusten.
De anatomische verweving die Verlinden bij volwassenen vaststelde, weerspiegelt dus een ontwikkelingsproces waarin differentiatie en integratie hand in hand gaan — precies de balans die Porges beschrijft als fysiologische basis van zelfregulatie.


4. Trauma en autonome hiërarchie

Binnen dit model krijgt trauma een duidelijke neurofysiologische betekenis.
Bij overweldigende ervaringen faalt de ventrale vagale regulatie, waardoor het lichaam terugvalt op oudere strategieën.
De eerste verdedigingslijn is de sympathische activatie: hartslag stijgt, adem versnelt, spieren spannen zich aan.
Wanneer ontsnapping onmogelijk blijkt, neemt de dorsale vagus het over, het organisme schakelt in een toestand van immobilisatie, dissociatie en afwezigheid.
Dit proces, door Porges benoemd als hiërarchische dissolutie (naar Jackson), verklaart waarom trauma gepaard gaat met zowel hyperarousal als gevoelsvervlakking.

Verlindens werk laat zien dat functioneel, en ook anatomisch plausibel is.
Dezelfde zenuwbundels die mobilisatie ondersteunen, kunnen, afhankelijk van context en chemische modulatie, overschakelen naar remming.
De fysiologische grenzen tussen actie en bevriezing zijn dus vloeibaar.
Dat verklaart waarom mensen met chronisch trauma vaak fluctueren tussen onrust en uitputting:
het zenuwstelsel beweegt binnen één verweven veld waarin beide polen anatomisch verankerd zijn.


5. Neuroanatomische integratie volgens Verlinden

Verlindens centrale stelling luidt dat het sympathisch–parasympatisch paradigma te reductionistisch is.
Zijn histologische analyses tonen dat vrijwel alle onderzochte perifere zenuwen gemengde vezelpopulaties bevatten.
De rechter n. Vagus vertoont sterke catecholaminerge activiteit; de linker n. Vagus is relatief meer cholinerg.
De n. Phrenicus heeft eveneens een gemengde signatuur, met sympathische fascikels die vermoedelijk bijdragen aan de ademhalingsmodulatie.
Bovendien bleek de milt geen directe cholinerge (vagale) innervatie te hebben, wat impliceert dat de zogenaamde cholinergische anti-inflammatoire reflex niet via directe vagale takken verloopt, maar via centrale modulatie van sympathische uitgangen.

Zijn conclusie luidt dat men de nervus vagus beter begrijpt als morfologisch composiet: een zenuw waarin de functionele betekenis afhankelijk is van regionale samenstelling en context.
Deze bevinding sluit nauw aan bij Porges’ functionele hiërarchie, beide benadrukken integratie in plaats van oppositie.


6. Pancreatische innervatie en systemische integratie (Liu et al., 2023)

De studie van Liu en collega’s voegt een nieuwe dimensie toe aan dit geïntegreerde beeld.
Met behulp van virale tracering en optogenetische stimulatie brachten zij de perifere zenuwstructuren rond de pancreas van muizen in detail in kaart.
Hun resultaten tonen dat de pancreas wordt omgeven door een dicht netwerk van zowel sympathische als parasympatische vezels die niet alleen signalen naar het orgaan sturen, maar ook informatie terugzenden naar de hersenstam en hypothalamus.

Wanneer specifieke zenuwclusters werden geactiveerd, veranderden niet enkel de insuline- en glucagonspiegels, maar ook hartslag, ademhaling en lichaamstemperatuur.
De pancreas fungeert dus als autonoom knooppunt dat de energiebalans van het hele organisme kan verschuiven.
Bovendien bleek dat sommige zenuwbanen van de pancreas rechtstreeks projecteren naar hersenkernen die betrokken zijn bij emotionele regulatie (zoals de nucleus tractus solitarius).

Deze bevindingen bevestigen het principe dat organen niet passief bestuurd worden, maar actief deelnemen aan de autonome dialoog.
De pancreas “spreekt terug” via afferente signalen die het centrale zenuwstelsel informeren over de metabole toestand — een directe biologische illustratie van Porges’ neuroceptie en Verlindens idee van anatomische verweving.

Vanuit een systemisch perspectief betekent dit dat de grenzen tussen orgaan, zenuw en psyche nog poreuzer zijn dan gedacht.
Dezelfde zenuwvezels die de hartslag moduleren, kunnen ook de glucoseregulatie beïnvloeden en vice versa.
Het autonome systeem blijkt eerder een multidimensionaal netwerk dan een hiërarchische keten.
Hierdoor krijgt het begrip “somatische regulatie” een nieuwe betekenis: elk orgaan is zowel ontvanger als zender in een zelf organiserend veld van informatie.


7. Discussie en overkoepelende reflectie

Wanneer de inzichten van Porges, Verlinden en Liu gezamenlijk worden gelezen, ontstaat een consistent en rijk model van autonome integratie.
Porges beschrijft de functionele hiërarchie van toestanden waarin veiligheid, mobilisatie en immobilisatie elkaar afwisselen.
Verlinden toont de structurele verweving van vezels die deze dynamiek mogelijk maken.
Liu en zijn team maken zichtbaar hoe deze verweving zich uitstrekt tot op orgaanniveau, waar perifere zenuwvelden een directe invloed hebben op metabolisme, temperatuur, ademhaling en zelfs affectieve regulatie.

Samen verschuiven deze drie perspectieven het paradigma van het autonome zenuwstelsel.
In plaats van een binaire sturing tussen sympathisch en parasympathisch, zien we een complex veld van interacties waarin richting en betekenis afhangen van context, anatomie en systeemtoestand.
Deze integratie biedt ook een brug tussen fysiologie en psychologie: de regulatie van veiligheid, adem, spijsvertering en gevoel zijn manifestaties van één en hetzelfde principe — autonome coördinatie binnen een levend veld van communicatie.

De implicaties reiken tot klinische praktijk en bewustzijnsonderzoek.
In trauma-interventie bijvoorbeeld verschuift de focus van “het kalmeren van het parasympathisch systeem” naar “het herstellen van systeemcoherentie”.
Op onderzoeksniveau opent dit nieuwe mogelijkheden voor neuroviscerale mapping, waarbij perifere organen worden gezien als actieve partners in regulatie.
En in de context van Orgaan Psychologie onderstreept dit de visie dat het lichaam niet slechts reageert op de geest, maar zelf een expressie is van een voortdurend dialogerend bewustzijn.
Notitie: Vagus stimulatie kan dus averechte reacties met zich meebrengen als gevolg van de hier beschreven situatie.


8. Grafische samenvatting (tekstueel weergegeven schema)

FUNCTIE (Porges)                             STRUCTUUR (Verlinden)                      SYSTEEM (Liu et al., 2023)
────────────────────────────────────────      ────────────────────────────────────────    ───────────────────────────────────────────
Ventrale vagus (NAmb): sociale regulatie,     Cervicale vagus: gemengde vezels,           Pancreas: bidirectionele zenuwcommunicatie
hart-adem-coördinatie                         R> catecholaminerge, L> cholinerge          met hersenstam en hypothalamus
Sympathisch: mobilisatie, actie               Phrenicus: catecholaminerge fascikels       Modulatie van glucose, hartslag, adem, temp.
Dorsale vagus (DMNX): rust, immobilisatie     Milt: geen directe vagale tak, alleen symp. Orgaanfuncties beïnvloeden emotie & energie
Neuroceptie stuurt toestand                   Vezels anatomisch verweven                  Autonome regulatie = multidirectioneel veld

9. Conclusie

De integratie van de polyvagaaltheorie, Verlindens anatomische inzichten en het moderne neuromappingonderzoek naar de pancreas toont dat het autonome zenuwstelsel geen hiërarchische machine is, maar een zelforganiserend communicatiesysteem.
De hiërarchie van Porges leeft voort in functionele patronen; de verweving van Verlinden verklaart hun anatomische basis; en het veldperspectief van Liu et al. belichaamt hun systemische expressie.

Het lichaam functioneert als een gelaagde dialoog tussen zenuw, orgaan en bewustzijn.
In die dialoog is veiligheid de toon die alles verbindt, een toestand waarin hart, adem, hersenstam en pancreas elkaar herkennen als delen van één ritmisch geheel.
De wetenschap raakt hier aan de ziel: regulatie wordt resonantie, en fysiologie wordt de taal van verbinding.


Referenties: (downloadbaar)

Verlinden, T. J. M. (2022). Catecholaminergic neurons in the peripheral nervous system: A critical reappraisal of the sympathetic–parasympathetic paradigm for the classification of nerves, ganglia and neurons. Proefschrift, Universiteit Maastricht.

Liu, C., Shen, H., et al. (2023). Mapping and targeted viral activation of pancreatic nerves in mice reveal their roles in glucose metabolism and systemic physiology. Nature, 623(7985), 435–444.

Porges, S. W. (2025). Polyvagal Theory: Current status, clinical applications, and future directions. Clinical Neuropsychiatry, 22(3), 169–184.

Porges, S. W. (2025). Polyvagal theory: A journey from physiological observation to neural innervation and clinical insight. Frontiers in Behavioral Neuroscience, 19, 1659083.

Key Takeaways

  • Deze review integreert drie perspectieven op het autonome zenuwstelsel: polyvagaaltheorie, neuroanatomische herinterpretatie en recent neurofysiologisch onderzoek.
  • De polyvagaaltheorie van Porges herstructureert de parasympathische component en legt de nadruk op neuroceptie.
  • Verlindens onderzoek toont aan dat de scheiding tussen sympathisch en parasympathisch niet strikt is; zenuwen bevatten gemengde vezels.
  • Liu et al. (2023) beschrijven de complexe zenuwinnervatie van de pancreas en zijn rol in metabolisme en homeostase.
  • Samengevoegd bieden deze inzichten een nieuw model van het autonome zenuwstelsel als geïntegreerd communicatiesysteem.

Estimated reading time: 10 minutes

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *