
In een wereld vol verlangen en pijn,
zoeken wij schatten die tijdelijk zijn.
Maar diep in ons, stil en vrij,
bloeit een lotus, tijdloos, als jij en mij.
De Boeddha sprak in zachte klank,
een waarheid diep, maar niet afstands.
“Alle paden leiden naar licht,
elke ziel draagt een eeuwig gezicht.”
Je bent niet verloren, al voel je je klein,
de Boeddha is hier, hij liet je nooit zijn.
Zijn wijsheid klinkt als een verre toon,
fluistert zacht: “Je bent al thuis gekomen.”
Of je strijdt, of je droomt, of je valt of verrijst,
de weg is dezelfde, het leven is wijs.
Alles is leeg, maar toch weer vol,
in elke druppel de oceaan, in elke vonk de zon.
Kijk om je heen, zie de regen zacht,
voedend leven zonder kracht.
Iedere bloem opent zich stil,
zoals ook jij, wanneer je dat wil.
Dus luister goed, voel en weet,
niets gaat verloren, niets is te laat.
Jij bent de lotus, jij bent het pad,
het Ene Voertuig, altijd en daad.
Dit gedicht is gebasseerd op de Lotus Soetra.

